zaterdag 1 november 2008

Lekker tussendoortje

Tsugaru Shamisen wordt vaak gebruikt in Enka, Japanse smartlappen. Een vriend wees me op dit mooie stukje film. De zangeres is Ishikawa Sayuri, wiens lied wordt aangevuld met een korte, maar mooie Jonkara Bushi van Nagayama Yoko. Let op het geluid van de sneeuwstorm, een typisch terugkerend element bij shamisen optredens. Het barre, levensgevaarlijke bestaan van de oude bosama verwordt hier tot een sentimentalistisch onderonsje.

Jintako, Aomori deel 1

Afgelopen zondag zijn Christina en ik terug gekomen van een intensieve rondreis door Japan. We zijn vanaf Osaka naar de zuidelijke prefectuur Wakayama gereisd, waar we een dag of tien in een traditionele Aikido dojo hebben getraind en deel hebben gehad aan de het leven van de plaatselijke bevolking (in een later bericht meer daarover).

In Wakayama kregen we van de beroemde gitarist Tsuji Mikio een lift naar Tokyo. Van daar pakten we vroeg de trein naar het noorden van Japan, de geboortestreek van Tsugaru-Jamisen. Na enkele dagen in Hirosaki te hebben doorgebracht gingen we door naar Aomori, de hoofdstad van de Aomori prefectuur.

Ik ging naar Aomori met een missie, om de geur van Tsugaru te ervaren, maar ook om een bezoek te brengen aan een bijzondere dame, Nishikawa Yoko. Nishikawa is een leerlinge van wijlen Chikuzan Takahashi, volgens vele muziekliefhebbers de grootste Tsugaru shamisenspeler van de vorige eeuw. Mijn sensei had ons het adres gegeven van Jintako, het café/restaurant van Nishikawa, en in Hirosaki ontmoetten we een man uit Tokyo die ons ook naar Jintako doorverwees als zijnde een bijzondere plek.

Voor mij was Jintako extra belangrijk omdat mijn eigen leraar ook uit de stal van Chikuzan komt, en indirect ik dus ook, omdat ik zijn stijl leer. Ik had Nishikawa ook eens in een Japanse documentaire gezien, over een jongen uit Hokkaido die huiden over shamisen spant. Hij ging daarin langs bij Jintako om aan Nishikawa een shamisen te presenteren.

Na aankomst en inchecken in een ryokan gingen we 's avonds op zoek naar Jintako, gewapend met een paar woorden Japans en een kadootje uit Nederland, én met een introductiebrief die Toyama-sensei had meegegeven.


Christina, Nishikawa, Dennis. De rechter shamisen is het instrument van Chikuzan Takahashi.

Toen we de tent eindelijk hadden gevonden was Nishikawa al aan het spelen. Bij binnenkomst probeerden we aan de bar te onderhandelen dat we alleen een drankje wilden, we waren namelijk bijna platzak en een set van muziek en eten (begint bij 6000 yen) konden we ons niet veroorloven. De dames achter de bar wilden er niet van weten. Dit vroeg om desperate measures! Mijn eerste les van Toyama kreeg ik ook door on-Japans aandringen, dus dat probeerde ik in Jintako ook.

Ik presenteerde de brief en kado (tegeltje Delft's Blauw, klompjes en chocola in een Hollandse doek) en verklaarde door Toyama naar Japan te zijn gestuurd voor een audiëntie met Nishikawa. Dat maakte zoveel indruk dat de bardames direct Nishikawa's concert onderbraken om te vertellen dat een Hollander een kado kwam brengen. De hele zaak kwam gelijk in beroering. Ai, tanden op elkaar en tenen gekromd!

Na wat geharrewar maakte Nishikawa haar spel af en kwam kennis maken. Ons gebrekkige Japans sloeg al snel stuk op haar snelle Aomori dialect, en een dronken verzekeringsagent kwam "vertalen". Het werd alleen maar moeilijker, maar uiteindelijk konden we haar met handen en voeten duidelijk maken dat ik een Hollandse Tsugaru-Jamisenspeler ben die naar Aomori is gekomen om de geur en het geluid van Tsugaru op te nemen.

De klanten van Jintako raakten helemaal in vervoering van het feit dat een gaijin op een zondagavond langs kwam om te vertellen dat 'ie Tsugaru Jamisen speelt. Na het 'ooooh' en 'aaah' (en op z'n Japans, 'eeeeeeeeeh') wilden ze opeens waar voor hun geld en kreeg ik de onbetaalbare shamisen van Nishikawa in mijn handen geduwd...

dinsdag 28 oktober 2008

Epic fail!


Eindelijk, na bijna een half jaar heb ik weer contact met de blog, en niet dankzij mijn mislukte provider Quicknet!

Binnenkort wordt de blog weer uitgebreid met verslagen over mijn reis naar de geboortestreek van de Tsugaru-Jamisen, de noordelijke prefectuur Aomori. Tot die tijd, een filmpje... Dit is een opname van de traditionele 'hand-dans' uit de Tsugaru streek, een dans die aansluit bij het snelle, dynamische geluid van de shamisen. Volgens de schrijver Daijo Kazuo was de bedenker van deze dans een Yamabushi, oftewel een sjamaan-asceet, die er magische krachten aan toedichtte. Oordeel zelf:

zaterdag 21 juni 2008

Jongara Onnabushi, Yoko Nagayama

Yoko Nagayama begon haar carrière ooit als een simpel popzangeresje. Ze scoorde wel wat hitjes, vooral ook met Engelse liedjes, maar verder niets bijzonders. Of dacht je dat Kylie Minoque de annalen van de muziekgeschiedenis zal halen?

Op een bepaald punt in haar loopbaan greep Yoko echter terug naar de Tsugaru shamisen waar ze als kind op leerde spelen. Ze keerde de popwereld de rug toe en hervond zich als Enka, oftewel Japanse smartlappen, zangeres. De rest is geschiedenis. Yoko is nu een ongekend populaire performer in Japan, en één van haar grootste hits is Jongara Onnabushi, zeg maar een 'vrouwelijke' versie van het originele Jongara Bushi. Het is een geweldige song die vrijwel iedereen die het hoort direct aanspreekt!

(Het geluid loopt net niet synchroon met het beeld, maar het is wel de beste versie die ik tot nu toe heb gehoord)




UPDATE: Het originele filmpje is inmiddels weer weg gehaald. Dit is niet de beste, maar toch ook wel een spectaculaire versie!

donderdag 19 juni 2008

Profiel: Kevin Kmetz

Kevin Kmetz is een interessante shamisenspeler uit Amerika. Naar eigen zeggen is hij ooit in het noorden van Japan ontvoerd en daar gedwongen tot het leren van Tsugaru jamisen. De werkelijkheid is natuurlijk anders. Kmetz heeft een klassieke achtergrond in gitaar, cello en piano.

In 2003 raakte hij bezeten van de Tsugaru shamisen en is naar Aomori vertrokken om daar in de leer te gaan. Hij heeft het instrument het in betrekkelijk korte tijd onder de knie gekregen, getuige het feit dat hij in 2006 niet alleen met verschillende grootheden op de Japanse televisie te zien was. Hij won ook nog eens een nationale Tsugaru Jamisen wedstrijd.

Sindsdien richt Kmetz zich op de ontwikkeling van een nieuwe stijl, die hij de California Shamisen noemt, een ultieme fusie van uiteenlopende muziekstijlen. Hij heeft al met meerdere bands gespeeld, zoals Fish Tank Ensemble, Estrada, Monsters of Shamisen en God of Shamisen. Het project is het onderwerp van een documentaire die binnenkort (waarschijnlijk alleen in Amerika) in premiere zal gaan, de http://www.californiashamisenmovie.com/.



Maar Kmetz is ook bedreven in de klassieke Tsugaru stukken, waaronder één van mijn favorieten, Tsugaru Jinku. Enjoy!

zondag 11 mei 2008

Hiki vs. Tataki, round 1!

Net zoals andere Japanse disciplines kent de Tsugaru Shamisen verschillende stijlen of scholen. Omdat de Tsugaru stijl van leraar op leerling wordt overgedragen ontwikkelt elke speler zijn eigen, unieke stijl. Een geoefend oor kan dus horen uit welke stijl een speler afkomstig is.

Toch zijn er eigenlijk twee hoofdstromingen binnen de Tsugaru shamisen, hiki en tataki. Oorspronkelijk waren shamisenspelers slechts de ondersteuning van het middelpunt van de muziekgroep, de zanger of zangeres. Naarmate de shamisen meer naar de voorgrond trad ontwikkelden spelers hun eigen stijl, en speelden ook steeds vaker solo.

Kida Rinshoe (1911-1979) bracht een nieuwe, maar omstreden stijl in het genre. Hij sloeg hard en snel tegen het vel en maakte snelle en korte improvisaties. Zijn critici meenden dat hij de traditie om zeep hielp en met zijn harde spel zijn slechte techniek verhulde. Dat Kida nogal een arrogante blaaskaak was hielp niet echt. Deze stijl werd al spoedig tataki-shamisen genoemd.

Daartegenover staat de hiki-shamisen, een zachtere, elegantere stijl. Chikuzan Takahashi was nogal conservatief in zijn spel, en hij en Kida konden elkaar niet luchten. Ze maakten zelfs op de nationale televisie ruzie met elkaar over wie de echte Tsugaru stijl speelde.

Welke stijl de ware is, is uiteindelijk een kwestie van voorkeur. Het verschil wordt mooi geïllustreerd door twee huidige spelers, Michihiro Sato en Takemi Hirohara. Beiden spelen het bekende stuk Nikata Bushi, de eerste tataki en de tweede hiki stijl. Enjoy!

Michihiro Sato



Takemi Hirohara

maandag 5 mei 2008

"Je mag wel spelen, maar..."

Ik speel graag buiten, en natuurlijk het liefst als het mooi weer is. De shamisen krijgt in de open ruimte een totaal ander geluid, en de speler krijgt flinke inspiratie. Chikuzan Takahashi (1910-1998), één van de grote Tsugaru bosama, vond dat voor publiek spelen een goede training is voor muzikanten, ongeacht het niveau. Dus ik zit regelmatig met ingehouden adem en knikkende knieën ergens in een park wat te meppen.

Vorige week besloten we naar de Japanse tuin in Clingendael te gaan. Het is een prachtige tuin met een recent gerestaureerd theehuis, dat bovendien maar vier weken per jaar voor het publiek geopend is. En natuurlijk een prachtige omgeving voor shamisentonen! We wilden de omgeving ook graag filmen tijdens het spelen.

Bij de tuin aangekomen schoot ik uit beleefdheid maar direct de opzichter van de tuin aan. "Ik heb hier een Japanse shamisen bij me, mag ik daar in de tuin een poosje op spelen?" De niet onvriendelijke man keek een seconde naar mijn koffer: "Nou, liever niet. Nou ja. Je mag wel spelen, maar niet te lang, en als het lelijk klinkt moet je weg. En als de mensen er last van hebben moet je direct stoppen, want ze komen hier voor hun rust."

De voorpret ging vrijwel direct overboord, maar hij had natuurlijk wel gelijk. De bezoekers kwamen voor de tuin, niet voor mijn muzikale gestuntel. De tuin was zijn verantwoordelijkheid. We bedankten hem en gingen een plekje zoeken. Jammergenoeg was het zo druk dat ik me niet prettig voelde bij het idee daar direct tussen te zitten met de shami.

Maar de lust ging totaal voorbij toen we even op de rand van het theehuisje de mensen voorbij zagen lopen. Op een enkeling na zo onverschillig, mobieltje aan het hoofd, ipod in de oren, non-stop met een cameraatje klikken zonder echt iets te zien, kinderen lopen verveeld te drentelen, al met al lijken de mensen hier voor alles behalve hun rust te zijn! Na vijf minuten gingen we er al vandoor.

'Gemiste kans', was alles dat ik dacht...

maandag 28 april 2008

Elektrikuh shamisen?! Dame dame dame!!!

Enkele maanden geleden werd onze Aikido vereniging Shi Zen Ryu door Kumano Juku Dojo in Shingu uitgenodigd voor de Kokusai Taikai in oktober. Dit vierjaarlijkse Aikido congres staat in het teken van... wel, van Aikido! Uit alle hoeken van de wereld komen aikidoka bijeen om te trainen onder grote leraren. Maar we zullen ook deelnemen aan shinto ceremonies en matsuri (festivals). We logeren bij de plaatselijke bevolking dus dat worden prachtige ervaringen.

Je zou denken dat ik aan niets anders denk dan aan de Kokusai Taikai. Dat doe ik ook wel. Maar er is nog iets anders dat zich voortdurend aan mijn gedachten opdringt.
Aanschouw...

MUGEN21!!!



De eerste elektrische shamisen wordt door Shamisen Katoh ontworpen. De ouwe baas van deze werkplaats zette nog de hondenvellen op de shamisen van de legendarische Chikuzan Takahashi, maar nu is de amplified shamisen zijn paradepaard. Voor een shamisen is de MUGEN21 redelijk geprijst, zo rond de 3000 euro. En hij is ook onversterkt prima te bespelen. Amerikaanse spelers zoals Kevin Kmetz en Mike Penny hebben ook hun shami bij Katoh gekocht.

Aangezien 1+1=2, kwam ik tot de logische conclusie dat een verblijf nabij Osaka dé kans is om de bullet train naar Tokio te pakken en bij Katoh een heuse MUGEN21 op te pikken. Als ik het rationeel bekijk heb ik de MUGEN21 helemaal niet nodig, mijn huidige shami doet prima dienst en ik sta voorlopig niet voor een miljoenenpubliek, laat staan dat ik geld heb voor een versterker of effectenpedaal. Het heeft vast te maken met mijn verleden als bassist in verschillende rockbandjes. Versterkt, effecten, de bühne op en los, hoe harder hoe beter. Stom. Maar aan de andere kant krijg ik sterk het 'nu of nooit' gevoel.

Mijn shamisensei lijkt mijn fascinatie voor het electrische beest niet te begrijpen. 'Elektrikuh shamisen? Honto? Pshhh! Dame dame dame! You must buy kimono kimono kimono!' Ik laat hem dus maar wat in het ongewisse wat de aanschaf betreft. Ook hij speelt immers nog steeds op zijn eerste instrument. Echt Tao is het niet, maar ik droom toch steeds weer weg bij de gedachte aan superdeluxe MUGEN21. Voorlopig in ieder geval maar elke euro omdraaien en veel sparen. En als ik dan toch met een MUGEN21 uit Japan terugkeer, dan met een welgemeend GOMEN NASAI en mijn vingerkootje op een schaaltje...

donderdag 24 april 2008

Nitabo

Eén van de redenen waarom ik voor de Tsugaru stijl shamisen heb gekozen is Nitaboh (1857-1928). Nitaboh, of Akimoto Nitaroo, is een legendarische shamisenspeler, eigenlijk de grondlegger van de Tsugaru stijl. Het is echter moeilijk vast te stellen wat er wel en niet waar is rondom zijn persoon.

In zijn boek The Spirit of Tsugaru besteed Groemer maar weinig woorden aan Nitaboh. De enige enigszins romantische weergave van zijn leven komt van de Japanse auteur Daijoo Kazuo.

Het verhaal gaat dat Nitaboh op jonge leeftijd vanwege een ziekte blind werd. In die tijd en daarna konden blinden alleen als muzikant, masseur of door acupunctuur wat geld of rijst verdienen. Nitaboh ging als shamisenspeler in de leer bij een vrouwelijke shamisenspeler, of goze.

Nitaboh gaf een nieuwe draai aan de klassieke volksliedjes door harder op het vel te slaan en sneller en intenser te spelen. Dat leverde hem zowel waardering als afgunst op. Op een dag zou hij zo hard op zijn instrument hebben geslagen dat het in stukken brak. Hij liet een grotere, zwaardere shamisen maken die niet zo snel zou breken.

Het kwam ook vaak voor dat blinde mannen en vrouwen met elkaar trouwden om samen de kost te kunnen verdienen. Nitaboh trouwde een miko, een sjamaan die voor geld als medium op kon treden. Om in trance te raken schudden miko met kralen of schelpen, en sommigen sloegen weer op de pees van een boog.

Nitaboh raakte hierdoor geïntrigeerd. Hij plaatste een extra dikke snaar op zijn shamisen. Door deze krachtig aan te slaan kon hij zijn ego opheffen zodat de goden via hem op de shamisen konden spelen. Vooral dit detail deed mij besluiten voor de Tsugaru stijl te gaan, maar daarover een andere keer meer.

Ik ontdekte onlangs dat er een tekenfilm over Nitaboh is gemaakt, waarschijnlijk gebaseerd op het boek van Daijoo. Hij is nog niet op DVD uit dus ik heb hem nog niet kunnen zien. Er is echter een fragment uit de film op Youtube verschenen, het geeft een mooi beeld van het effect dat zijn revolutionaire stijl op luisteraars had. In de Links heb ik ook de link naar de officiele filmsite geplaatst. Enjoy!



P.S. Shamisen virtuoos Agatsuma Hiromitsu is verantwoordelijk voor de muziek in de film. Nitaboh "speelt" hier Tsugaru Jongara Bushi, de versie die op Agatsuma's debuutalbum Agatsuma is verschenen.

dinsdag 22 april 2008

"Speel es wat, of kan je het niet?"

Ik ben vrij en het is mooi weer, dus... shami pakken en richting de Leidse Hortus Botanicus! Tien minuten later zit ik in het quasi-Japanse theehuisje in de Von Siebold tuin mijn shamisen op te tuigen. Met knikkende knieën sla ik mijn de eerste tonen. Doodnerveus, want wie weet loopt er achter dat muurtje van tuin wel een shamisen meester die het in zijn broek doet als hij mij hoort klungelen!

Gelukkig ben ik al snel op gang en komen de eerste enthousiaste luisteraars polshoogte nemen, waaronder een jongetje dat veel goede vragen stelt over het instrument en het ook op de muziekschool wil gaan spelen. Helaas zijn ze daar nog niet zover. Ik heb in ieder geval weer aardig wat geïnteresseerde bezoekers iets kunnen vertellen over de shamisen! Eén van de Hortus Botanicus beheerders kwam ook nog even luisteren, erg gezellig.

Helaas zijn er ook weer mensen die, zelfs als de zon schijnt en alles goed is, de boel moeten verstieren. Regelmatig worden groepjes bezoekers in de Hortus rond geleid en de Von Siebold tuin is (terecht!) een vast punt op de tour. Als er een groepje langs komt blijf ik natuurlijk even stil zodat de gids zijn of haar verhaal kan doen.

Maar één van de gidsen die de tuin in liep, toepasselijk gekleed in het zwart, riep al voordat ik mijn shamisen zelfs maar had aangeraakt Christina en mijzelf toe dat we 'stil moesten zijn want ze ging een verhaal vertellen'. Nou ja, prima hoor, ik speel echt niet door je heen? Een groepje ouden van dagen schuifelden achter haar aan. Voordat we onze plaatsen zelfs maar konden aanbieden werden we als een stel hangjongeren gesommeerd 'weg te gaan'.

Me druk maken ligt niet in mijn aard, dus oké. Die dame staat daar vol puf de Japanse expert uit te hangen maar ziet niet eens dat ik een shamisen in mijn handen heb. Na haar verhaal staat ze ons groothartig toe weer plaats te nemen. Zegt een van de bezoeksters, "Ooh, een Japanse gitaar, die hebben we nog niet gehoord! Speel es wat, of kan je het niet?" Demonstratief sla ik een paar keer met mijn vingers langs de losse snaren.

De oudgedienden taaien af maar haar man stapt vervolgens over de bamboe afbakening de tuin in en banjert het bordje 'Gelieve niet te betreden' daarbij bijna omver, 'op zoek naar de Ginkgo boom'. Christina en ik kijken elkaar aan en halen de schouders maar op. De tuin is prachtig, de zon schijnt, het is goed zo. Ik speel nog een stukje en we gaan weer.

maandag 21 april 2008

Een Nederlandse bosama...

Komban wa!

Hopelijk ben je op deze blog terecht gekomen omdat je een interesse in shamisen hebt, of het nu om de muziek of het instrument zelf gaat. Ben je hier per toeval terecht gekomen en heb je geen idee wat een shamisen is, dan volgt hier een eerste kennismaking!

Stil, hè? Maar niet voor lang! Het doel van deze blog is dit instrument meer bekendheid te geven. In Japan is het nu sinds een aantal jaren weer ongekend populair, ook bij jongere mensen. Dit is mede dankzij jonge spelers met een 'cool', zoals de Yoshida Brothers, of Agatsuma. Buiten Japan is het zo goed als onbekend. Via deze blog hoop ik je wat meer te kunnen laten horen en zien over de shamisen, dus loop regelmatig even aan!